Als woorden niet meer werken – en je elkaar onderweg kwijtraakt

Waar het kantelt

Je begint een gesprek zorgvuldig. Het gaat ergens over. Je wilt het goed doen. Niet beschuldigend zijn, niet te fel. Je kiest je woorden en probeert rustig te blijven. En toch loopt het vast. De ander gaat zich verdedigen of verklaren. Of trekt zich terug. Misschien merk je achteraf dat je korter reageerde dan je van plan was. Dat je uiteindelijk toch “laat maar” zei. Er is geen grote ruzie, geen harde woorden. Maar ergens onderweg is het contact verschoven.

Vaak voel je dat pas later. Aan de vermoeidheid na afloop. Aan het knagende gevoel dat je niet hebt gezegd wat voor jou belangrijk was. Niet omdat je het niet wist, maar omdat het er niet uitkwam.

Wat daar gebeurde, zat niet alleen in de woorden. Er was eerder al iets geraakt. Misschien een grens. Misschien irritatie. Misschien het gevoel dat je niet serieus werd genomen. Op dat moment ontstond spanning.

Als je conflictmijdend bent of sterk gericht op harmonie, volg je die spanning meestal niet. Je probeert je staande te houden. De situatie beheersbaar te maken. Je legt uit. Relativeert. Past je aan.

Dat is geen toeval. Het is een beschermingsmechanisme. Je systeem probeert spanning te reguleren en het contact veilig te houden. Wanneer je zulke momenten vaker terugkijkt, zie je dat dit geen incident is, maar een terugkerend patroon.

Vier windrichtingen

Dat patroon beweegt meestal in een herkenbare richting. Om dat zichtbaar te maken, werk ik met het beeld van vier windrichtingen.

onlinebrainspotting.nl

Iedereen heeft één of twee richtingen die vertrouwd voelen. Wanneer je voorkeursrichting niet werkt, schakel je vaak onbewust over. Eerst aanpassen. Dan uitleggen. Misschien later toch boos worden. Of alsnog naar binnen klappen. Het lijkt willekeurig, maar het volgt een vaste logica: spanning zoekt een uitweg.

Meestal is er ook een windrichting die je lastig vindt. Voor veel conflictmijdende mensen voelt Oost – de pijl naar buiten – spannend. Zuid en West zijn veiliger terrein.

Maar wat gebeurt er wanneer je een grens voelt en die niet uitspreekt?

De boemerang

Stel: iemand probeert je te overtuigen. Of een afspraak wordt niet nagekomen. Je voelt irritatie of boosheid. In wezen is dat informatie: hier wordt iets overschreden.

Als je die boosheid of irritatie meteen censureert omdat je bang bent het contact te verstoren of de controle kwijt te raken, verdwijnt ze niet. Ze slaat naar binnen.

Wat naar buiten wilde als een eenvoudige grens – “dit klopt niet voor mij” – verandert in zelfkritiek, vermoeidheid of gekwetstheid. De oorspronkelijke impuls kreeg geen vorm en keert terug naar binnen. Je voelt onzekerheid opkomen, schaamte of schuld, en merkt dat de situatie je leegzuigt.

Dat is de boemerang.

onlinebrainspotting

Wanneer het gesprek naar het hoofd verschuift

Naast de pijl is ook de bovenpositie (noord) vaak favoriet bij mensen die ik begeleid. Dan verschuift het gesprek naar verklaren en analyseren. Je probeert grip te houden, jezelf staande te houden, de situatie logisch te maken.

In een online begeleide intervisie laatst zag ik weer hoe een gesprek langzaam deze kant op schoof. Niemand zei iets verkeerd. Toch raakten deelnemers uit verbinding met elkaar. Tot iemand zei: “Ik merk dat ik je kwijtraak.” Dat moment veranderde alles. Niet de inhoud veranderde, maar het gesprek ging weer over wat er tussen ons gebeurde.

We verliezen elkaar zelden door verschil van mening. We verliezen elkaar wanneer het gesprek alleen nog over argumenten gaat en de onderstroom onbenoemd blijft – wanneer niemand meer zegt wat er op dat moment in hem of haar leeft.

Of je nu naar binnen slaat of naar het hoofd schiet: in beide gevallen raak je iets kwijt. Je reageert vanuit spanning in plaats van vanuit verbinding met jezelf.

Zijn in de berg in jou

Tot elkaar komen, waarbij jullie je allebei gezien en gehoord voelen, lukt niet wanneer boosheid direct wordt ingeslikt. Dan slaat ze naar binnen. Maar het lukt ook niet wanneer boosheid de ander overspoelt. Dan neemt de felheid het gesprek over. En ook niet wanneer je probeert te verklaren of gelijk te krijgen.

De kunst is om te merken dat er spanning opkomt – boosheid, irritatie, angst om controle te verliezen – en daar even bij te blijven. Zijn in de berg in jou betekent dat je die spanning kunt voelen zonder er meteen iets mee te hoeven doen. Je blijft bij jezelf terwijl er iets schuurt.

Vanuit die stevigheid kun je spreken. Niet vanuit aanpassing. Niet vanuit controle. Niet vanuit aanval. Maar vanuit je centrum. Dan kan een eenvoudige zin genoeg zijn:

“Dit raakt me.”
Ik merk spanning in mijn lijf als dit zo gaat.
“Hier gaat iets over mijn grens.”

Het verschil zit niet in mooiere woorden, maar in het feit dat je spreekt vanuit dat innerlijke centrum, en je daarbij kwetsbaar durft op te stellen.

Voor veel conflictmijdende mensen is dit spannend terrein. Hun reflex is eerst het contact veiligstellen of de situatie beheersbaar maken. Pas wanneer ze leren voelen wat er gebeurt op het moment dat ze iets willen inslikken, ontstaat er ruimte om hun grens uit te spreken zonder het contact te verliezen.

Dat vraagt vertraging. En oefening. Maar het verandert de kwaliteit van het contact wezenlijk.

Oefenen in aanwezig blijven

De volgende keer dat je merkt dat spanning oploopt:

  1. Pauzeer één ademhaling.
  2. Voel waar je lijf het eerst reageert.
  3. Benoem dát, voordat je over de inhoud begint.

Als je deze oefening doet, merk je vaak hoe snel je systeem ergens naartoe schiet. Nog meer inslikken, of juist alsnog fel reageren. Maar de uitweg zit niet in één van beide.

Wil je samen oefenen, doe dan eens dit: laat één persoon vijf minuten spreken. De ander luistert alleen. Daarna vat je samen wat je hebt gehoord, zonder correcties of eigen verhaal. Pas daarna wissel je.

Vaak zakt er al iets zodra iemand zich werkelijk gehoord voelt.

Van overlevingspatroon naar echte verbinding

De windrichtingen zijn beschermingsmechanismen die ooit nodig waren om met spanning om te gaan. Ze laten zien waar iets in jou geraakt wordt en waar een grens of behoefte aandacht vraagt.

Het werk begint op het moment dat je merkt: hier voel ik iets wat ik normaal zou inslikken. Als je daar kunt blijven, zonder meteen te gaan aanpassen, uitleggen of aanvallen, ontstaat er een andere mogelijkheid.

En dat is de plek waar contact wezenlijk verandert.

Lars Lutje Schipholt